← Terug naar kennisbank

Angststoornissen: vermijding herkennen in dagelijks handelen

Gepubliceerd: 2024-07-30 · 6 min leestijd
!
In het kort

Angst zit zelden alleen in iemands hoofd — ze zit in wat iemand niet meer doet. Vermijdingsgedrag herkennen in dagelijks handelen is een paramedische kerncompetentie, ook als angst niet de hoofddiagnose is.

1

Angst als activiteitsprobleem

Bij paniek- en angststoornissen versmalt het leven geleidelijk: de cliënt durft niet meer alleen naar de stad, vermijdt openbaar vervoer, slaat sociale gelegenheden over, of verlaat het huis bijna niet meer. Dit valt binnen het domein "dagelijks handelen" — daarmee dus ook binnen ons werkterrein, mits we het herkennen.

Praktijkpunt: uitvragen wat iemand niet meer doet, niet alleen wat iemand niet meer kán. "Wanneer voelt u zich beklemd?" levert vaak meer op dan "heeft u angstklachten?".

2

De val van vermijden

Vermijden geeft op korte termijn opluchting maar versterkt de angst op lange termijn. Hoe meer iemand vermijdt, hoe groter het bedreigde domein wordt. Dit mechanisme uitleggen aan de cliënt — zonder schuldgevoel op te roepen — is op zichzelf al therapeutisch.

Angst krimpt door blootstelling, niet door bescherming.
3

Wat we wel en niet doen

4

Wanneer verwijzen

Bij paniekaanvallen, ernstige beperking in dagelijks functioneren, langdurige klachten of vermoeden van comorbide depressie hoort verwijzing naar huisarts of GGZ thuis. We werken complementair, niet vervangend. Vooral wanneer er medicatie of cognitieve gedragstherapie aan de orde is, is afstemming essentieel om elkaars werk niet te doorkruisen.