← Terug naar kennisbank

Nek- en schouderklachten in de paramedische praktijk

Gepubliceerd: 2024-05-12 · 6 min leestijd
!
In het kort

Nek- en schouderklachten zijn zelden monocausaal. Houding, belasting, stress en slaap kruisen elkaar in één klachtenpatroon. De winst zit in een brede intake, niet in symptoombestrijding op één locatie.

1

Waarom de "verkeerde houding" zelden het hele verhaal is

Veel cliënten komen binnen met de overtuiging dat hun klachten ontstaan door "slecht zitten". Dat is een te smalle verklaring. Statische belasting speelt zeker mee, maar het is vaak de combinatie met onvoldoende variatie, slaaptekort, mentale spanning en een afgenomen algemene belastbaarheid die het beeld bepaalt. Wie alleen het bureau aanpast, mist drie kwart van de hefbomen.

Praktijkpunt: Vraag altijd naar het beloop over een dag én een week. Klachten die in het weekend ook aanwezig zijn vragen om een ander gesprek dan klachten die op vrijdagavond verdwijnen.

2

Onderscheid maken in het type klacht

3

Wat werkt in de eerstelijn

De combinatie van gedoseerd bewegen, taakvariatie en uitleg over pijnmechanismen is doorgaans effectiever dan passieve interventies. Voor de ergotherapeut ligt de winst in het analyseren van het werkproces: niet alleen de werkplek, maar ook de werkverdeling over de dag, de pauzecultuur en de mogelijkheden tot houdingsverandering. Voor de fysiotherapeut zit de hefboom in opbouwen van algemene belastbaarheid, niet alleen lokale rekoefeningen.

Een nek die altijd onder spanning staat, ontspant niet door één goede stoel.

Aandachtspunten bij intake