← Terug naar kennisbank

Communicatieproblemen na hersenletsel: meer dan afasie

Gepubliceerd: 2025-12-15 · 7 min leestijd
!
In het kort

Niet elke communicatiestoornis na hersenletsel is afasie. Cognitieve communicatiestoornissen — problemen met aandacht, pragmatiek, executieve functies in gesprek — worden vaak gemist omdat de taal "intact" lijkt. Het gevolg: cliënten die "raar gedrag" vertonen terwijl de oorzaak in het brein zit.

1

Wat cognitieve communicatiestoornissen zijn

Bij rechter-hemisfeer-letsel, traumatisch hersenletsel of frontale schade zijn de woorden er nog, de zinsbouw klopt, en de cliënt slaagt voor een korte taaltoets. Maar in een gewoon gesprek loopt het mis: hij wijkt af, mist de pointe van een grap, antwoordt naast de vraag of valt in herhaling. Dat is geen "gedragsprobleem" — het is een neurologisch communicatieprobleem dat een eigen aanpak vraagt.

2

Vier domeinen waar het misgaat

Aandacht

Snel afgeleid, moeite met volgen van langere uitleg, kan niet goed schakelen tussen sprekers.

Pragmatiek

Mist non-verbale signalen, neemt figuurlijke taal letterlijk, houdt te lang vast aan een onderwerp.

Executieve functies

Komt slecht to the point, plant een verhaal niet, herhaalt of dwaalt.

Sociale cognitie

Mist de emotionele lading, heeft moeite zich in de ander te verplaatsen, klinkt soms bot.

Veelgemaakte fout: "Het is karakter geworden na het ongeval." Soms wel, vaak niet. Een aantal van deze gedragingen verbetert met training of compensatiestrategieën — als ze tenminste herkend worden als communicatiestoornis.

3

Wat je in de praktijk kunt doen

De woorden zijn niet het probleem; het is de regie over het gesprek die hapert.

De rolverdeling tussen logopedist, ergotherapeut en neuropsycholoog is hier vaak vloeiend. Maak in een team duidelijke afspraken — wie traint welk subdomein, en wie houdt overzicht over generalisatie naar de dagelijkse praktijk.