← Terug naar kennisbank

Het ICF-model: meer dan een vakje invullen

Gepubliceerd: 2024-07-14 · 6 min leestijd
!
In het kort

Het ICF-model wordt vaak aangevinkt als bureaucratisch invullen. Maar gebruikt als denkkader brengt het scherpte in een complexe casus en helpt het multidisciplinaire afstemming. De moeite waard om opnieuw onder de aandacht te brengen.

1

Wat het ICF eigenlijk doet

De International Classification of Functioning beschrijft niet de aandoening, maar het functioneren van een persoon in zijn context. Drie hoofdonderdelen — functies en anatomische eigenschappen, activiteiten, en participatie — staan in wisselwerking met externe factoren (omgeving) en persoonlijke factoren. De kern is dat één diagnose nooit voorspelt wat iemand kan en doet.

Het basisprincipe: twee mensen met dezelfde diagnose kunnen volstrekt verschillend functioneren. Het ICF dwingt je dat verschil te beschrijven en te begrijpen.

2

Wanneer het wel en niet meerwaarde heeft

3

De vergeten kant: persoonlijke factoren

Externe factoren (woning, hulpmiddelen, sociaal netwerk) krijgen meestal aandacht. Persoonlijke factoren — leeftijd, copingstijl, levensgeschiedenis, opleiding, beroep — worden vaak overgeslagen, terwijl ze het beloop sterk beïnvloeden. Een 45-jarige bouwvakker met rugklachten en een 75-jarige musicus met dezelfde scan vragen totaal andere behandelplannen.

Het ICF beschrijft niet wie iemand is — het beschrijft wat tussen iemand en de wereld gebeurt.
4

Een werkbare aanpak

Niet ieder vakje hoeft ingevuld bij elke cliënt. Gebruik het ICF als checklist tegen blinde vlekken: heb ik de omgeving meegenomen? De persoonlijke factoren? De participatie naast de activiteiten? Een korte ICF-schets in een rapportage zegt meer dan twee pagina's losse observaties — mits gericht en relevant ingezet.