Ondervoeding bij ouderen: signalen die de paramedicus ziet
Ondervoeding ontstaat geleidelijk en wordt vaak laat herkend. Als paramedicus kom je in huis, ziet de keuken, en ziet of iemand kookt. Daarmee ben je in een unieke positie om vroege signalen op te pikken.
Een sluipend probleem
Ondervoeding bij ouderen is zelden een kwestie van te weinig voedsel beschikbaar hebben. Het is meestal een combinatie van afgenomen eetlust, smaak- en reukverlies, slecht zittende prothesen, slikproblemen, vermoeidheid bij koken, sociale isolatie en stemming. Gewichtsverlies kan onopgemerkt blijven, vooral bij iemand die toch al slank was.
Waarschuwingssignaal: kleren die ineens losser zitten, een ring die afglijdt, of een mantelzorger die zegt "ze eet bijna niets meer". Niet wachten op de weegschaal.
Wat de paramedicus ziet
- Een lege koelkast of vrijwel uitsluitend tussendoortjes.
- Pannen die niet gebruikt zijn in de afgelopen periode.
- Een keuken waar koken fysiek te zwaar geworden is — staan, snijden, tillen.
- Maaltijden die opgewarmd worden maar half blijven liggen.
- Hoesten of verslikken tijdens eten — apart aandachtspunt voor logopedie.
Wat we wel en niet doen
De voedingsadvisering hoort bij de diëtist. Maar de praktische haalbaarheid van eten in het dagelijks leven is bij uitstek ergotherapeutisch terrein: keukenroutine aanpassen, hulpmiddelen, een zit-stahulp, een veiliger snijplank, voorgesneden ingrediënten in de boodschappen, of een maaltijdvoorziening die past bij voorkeuren. Bij slikklachten verwijs je naar de logopedist.
Vragen die de drempel verlagen
- "Wat heeft u gisteren gegeten — kunt u het me vertellen?"
- "Vindt u koken nog leuk, of is het een opgave geworden?"
- "Eet u meestal alleen, of samen met iemand?"
- "Heeft u soms moeite met slikken, hoesten bij eten, of pijn bij kauwen?"