Polyfarmacie: wat de paramedicus moet weten
Polyfarmacie — vijf of meer geneesmiddelen tegelijk — is bij ouderen eerder regel dan uitzondering. De bijwerkingen ervan landen vaak op het paramedische spreekuur: vallen, vermoeidheid, sufheid, duizeligheid.
Waarom dit ons werk raakt
We schrijven geen medicatie voor, maar we werken met de gevolgen ervan. Een cliënt die plotseling minder vooruitgaat, recentelijk een keer is gevallen, of opvallend suf is bij oefeningen: dat is vaak geen "ouder worden", dat is mogelijk een interactie of een nieuwe dosering. Onze observatie is daarbij waardevoller dan we vaak beseffen.
Veelvoorkomende paramedisch relevante bijwerkingen
- Orthostatische hypotensie — bij bloeddrukverlagers, antidepressiva, diuretica.
- Sufheid en cognitieve traagheid — bij benzodiazepines, opioïden, anticholinergica.
- Spierzwakte — bij statines (zelden ernstig, vaak onderschat).
- Tremor of bewegingsstoornissen — bij sommige antipsychotica.
- Droge mond / slikproblemen — een onverwacht logopedisch issue.
Praktijkpunt: vraag bij een nieuwe cliënt routinematig: "Is er recent iets veranderd in uw medicatie?" — vaak ligt daar de verklaring voor een onverwachte verandering in functioneren.
De medicatiebeoordeling
Bij ouderen met polyfarmacie wordt periodiek een medicatiebeoordeling gedaan door huisarts en apotheker. Onze observatie kan daar concrete input voor leveren. "Mevrouw is sinds drie weken duizelig bij opstaan en valt bijna" is bruikbare informatie. Niet alleen aan de cliënt vragen om het zelf te melden — een korte berichtje aan de huisarts kan tijd schelen.
Therapietrouw als signaal
Een cliënt die zelf medicatie schrapt of door elkaar gebruikt, is een signaal dat het regime te complex is. Aangepaste medicatieverpakking (Baxter), visuele schema's, en koppeling aan dagelijkse routines zijn praktische ergotherapeutische interventies — die juist bij polyfarmacie het verschil maken.