Waardekaarten: als de cliënt zegt dat alles wel goed is
Een cliënt die op elke vraag antwoordt dat het wel gaat, is niet ongemotiveerd. Hij heeft alleen geen taal voor wat hij mist.
Je zit tegenover een man van 61 die na zijn hartinfarct is doorverwezen. Je vraagt wat hij graag weer zou willen kunnen. Hij denkt na en zegt dat het eigenlijk wel goed gaat. Je vraagt door en krijgt hetzelfde antwoord in andere woorden. Aan het eind van het gesprek heb je een beleefde cliënt en geen enkel bruikbaar doel.
Dit komt vaak voor, en de verklaring is bijna nooit dat het inderdaad goed gaat.
Waarom "het gaat wel" zo vaak het antwoord is
Er spelen meestal een paar dingen tegelijk. Mensen willen niet klagen, zeker niet tegen een zorgverlener die het druk heeft. Ze hebben zich in de maanden na een diagnose al aangepast en zijn vergeten hoe het daarvoor was. En de vraag zelf is lastiger dan hij klinkt: wie nooit heeft nagedacht over wat hij belangrijk vindt, kan dat niet ter plekke formuleren.
Daar komt bij dat wij als professionals vaak vragen naar activiteiten, terwijl mensen denken in wat die activiteiten hun opleveren. Iemand mist niet het tuinieren, hij mist dat hij iets tot stand brengt, of dat hij buiten is, of dat hij iets heeft om over te vertellen.
Wat kaarten doen wat vragen niet doen
Waardekaarten zijn kaartjes met begrippen erop: zelfstandigheid, iets betekenen voor een ander, rust, erbij horen, jezelf ontwikkelen, veiligheid. De cliënt sorteert ze op wat voor hem belangrijk is.
Dat werkt om drie redenen. Kiezen is makkelijker dan bedenken, zeker als je moe bent of moeite hebt met woorden vinden. De kaarten geven taal aan mensen die die taal zelf niet paraat hebben. En het legt het gesprek op tafel in plaats van tussen jullie in, wat het minder confronterend maakt.
Bijkomend voordeel: de cliënt hoort zichzelf kiezen. Dat is iets anders dan instemmen met een doel dat jij hebt geformuleerd, en het verschil merk je later in hoeveel er thuis gebeurt.
Het gaat om het sorteren, niet om de uitkomst
De grootste fout is de stapels behandelen als het resultaat. De waarde zit in wat er gebeurt tijdens het kiezen.
Let op de kaart waar iemand lang op blijft hangen, op de kaart die eerst hoog ligt en later toch verschuift, en op de kaart die hij wegduwt met een opmerking erbij. Juist die opmerkingen zijn wat je zoekt. "Dit was vroeger belangrijk" of "hier ben ik niet meer aan toe" opent een gesprek dat met een open vraag niet was gekomen.
Vraag daarom door op de beweging, niet op de uitkomst. Waarom ligt deze hoger dan die? Wanneer merkt u dat deze in het gedrang komt?
Van waarde naar doel
Hier gaat het in de praktijk het vaakst mis. Een waarde is geen doel. "Zelfstandigheid" is niet iets waar je aan kunt werken, en een behandelplan dat zo begint blijft vaag.
De stap die je moet zetten is vragen waaraan de cliënt zou merken dat die waarde weer meer ruimte krijgt. Wat zou hij dan doen op een gewone dinsdag? Wie zou het als eerste opvallen? Dat maakt het concreet, en pas dan heb je iets om te meten.
Blijkt daarbij dat de waarde niet haalbaar is in zijn oude vorm, dan is dat geen mislukking maar informatie. Iemand voor wie "iets betekenen voor een ander" bovenaan ligt, kan dat vaak nog steeds, alleen anders dan voorheen.
Wanneer het niet het juiste instrument is
Waardekaarten vragen abstractievermogen. Bij ernstige cognitieve problemen of afasie werken ze vaak niet, of alleen in een sterk vereenvoudigde vorm met foto's in plaats van woorden.
En ze passen niet bij elke fase. Iemand die net een diagnose heeft gekregen en nog in de ontkenning zit, gaat niet rustig kaartjes sorteren. Dan is het gesprek zelf belangrijker dan het instrument.
Verdieping
In onze geaccrediteerde e-learning Ergotherapie en waardekaarten werken we de methodiek uit met casuïstiek, en oefen je met de vertaalslag van waarde naar concreet en meetbaar doel.